FAQ's
Heffing op waterverontreiniging
- Waarom een heffing op waterverontreiniging?
- Wie betaalt de heffing op waterverontreiniging?
- Wie is vrijgesteld van de heffing op waterverontreiniging?
- Wat zijn de eenheidstarieven voor de heffing op waterverontreiniging?
- Wat zijn de meldingsdata voor de bemonsteringscampagnes?
Heffing op de winning van grondwater
- Wat is een grondwaterwinning?
- Waarom een heffing op de winning van grondwater?
- Wie betaalt de heffing op de winning van grondwater?
- Wat is de jaarlijkse index voor de heffing op de winning van grondwater?
- Wie is vrijgesteld van de heffing op de winning van grondwater?
De drinkwaterfactuur (en de daarin aangerekende bijdragen)
- Waar vindt u uw drinkwatermaatschappij?
- Wat is de gemeentelijke saneringsbijdrage/vergoeding?
- Wat is de bovengemeentelijke saneringsbijdrage?
- Wat is de rol van de NV Aquafin in het waterzuiveringsbeleid?
- Wat is een eigen waterwinning?
- Wat zijn kleinverbruikers?
- Wat zijn grootverbruikers?
- Wat zijn oppervlaktewaterlozers/rioollozers?
Heffing op waterverontreiniging
Waarom een heffing op waterverontreiniging?
De heffing op waterverontreiniging steunt op het principe 'de vervuiler betaalt'. Wie vervuiling veroorzaakt:
- zorgt ervoor dat ze verdwijnt door in de eerste plaats maatregelen te nemen aan de bron en/of;
- deelt in de kosten die de overheid maakt voor de collectieve zuiveringsmaatregelen en/of;
- betaalt voor de aangebrachte milieuschade.
Met de heffing op waterverontreiniging wordt u aangemoedigd om zoveel mogelijk zelf te zuiveren en te investeren in technieken waarbij zo weinig mogelijk afvalwater ontstaat. Ook levert u zo een bijdrage in de kosten die de overheid maakt om de waterlopen te zuiveren.
De Vlaamse Milieumaatschappij berekent en int de heffing op waterverontreiniging. De ontvangen heffingsbedragen gaan integraal naar het MINA-fonds.
Wie betaalt de heffing op waterverontreiniging?
Al wie in Vlaanderen:
- water afneemt van een openbare drinkwatermaatschappij;
- water verbruikt via een eigen waterwinning;
- water loost;
is heffingsplichtig.
Voor water afgenomen van de openbare drinkwatermaatschappij betaalt u via de drinkwaterfactuur een bovengemeentelijke bijdrage. Deze bijdrage vervangt de heffing op waterverontreiniging voor kleinverbruikers. Voor grootverbruikers wordt de bovengemeentelijke bijdrage in mindering gebracht van de heffing op waterverontreiniging.
Wie is vrijgesteld van de heffing op waterverontreiniging?
Vrijgesteld van de heffing op waterverontreiniging zijn/is:
- een aantal waterverbruikers omwille van sociale redenen;
- iedereen met een particuliere zuiveringsinstallatie, mits hij voldoet aan een aantal voorwaarden, kan vrijgesteld worden van de heffing op het huishoudelijk waterverbruik;
- het lozen van opgepompt grondwater in het kader van bodemsaneringswerken waarvoor een conformiteitsattest werd afgeleverd;
- de vergunde grondwaterwinningen die gebruikt worden voor koudewarmtepompen. Het gewonnen, niet-verontreinigde grondwater moet integraal worden teruggepompt in dezelfde watervoerende laag als waaruit het wordt gewonnen;
- het water dat gebruikt wordt bij de exploitatie van een groeve waar volgens de best beschikbare technieken grind wordt ontgonnen of verwerkt. Dat water moet dan wel integraal worden teruggevoerd naar hetzelfde water als waaruit het is onttrokken en zonder gebruik te maken van de openbare riolering;
- de NV Aquafin voor het afvalwater afkomstig van door haar geëxploiteerde waterzuiveringsstations.
Wat zijn de eenheidstarieven voor de heffing op waterverontreiniging?
De heffing op waterverontreiniging wordt berekend door het aantal vervuilingseenheden (VE) te vermenigvuldigen met het eenheidstarief.
De formule voor de berekening van de heffing is:
Met:
-
H = bedrag van de heffing (EUR)
-
T = het geïndexeerd eenheidstarief (EUR/VE)
-
N = aantal vervuilingseenheden (VE)
-
Hier vindt u een overzicht van de geïndexeerde eenheidstarieven van de laatste heffingsjaren.
-
Heffingsjaar Basiseenheidstarief (euro/VE) Geïndexeerd eenheidstarief (euro/VE) 2002 22,3 26,36 2003 22,3 26,72 2004 22,3 27,19 2005 22,3 27,81 Het eenheidstarief wordt sinds heffingsjaar 2006 uitgesplitst over twee groepen, namelijk de oppervlaktewaterlozers en de niet-oppervlaktewaterlozers of rioollozers.
Heffingsjaar Basiseenheidstarief (euro/VE) voor oppervlaktewaterlozers Geïndexeerd eenheidstarief (euro/VE) voor oppervlaktewaterlozers Basiseenheidstarief (euro/VE) voor niet- oppervlaktewaterlozers Geïndexeerd eenheidstarief (euro/VE) voor niet- oppervlaktewaterlozers 2006 22,3 28,61 22,6 29,00 2007 22,3 29,04 25,7 33,46 2008 22,3 29,89 29,1 39,01 2009 22,3 30,83 29,1 40,23 2010 22,3 30,79 29,1 40,18 2011 22,3 31,67 29,1 41,33 2012 22,3 32,89 29,1 42,92 2013 22.3 33,64 29,1 43,89
Wat zijn de meldingsdata voor de bemonsteringscampagnes?
Indien uw bedrijf voor een berekening op basis van de werkelijk geloosde vuilvracht (de uitgebreide berekeningsmethode) kiest, moet u in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar op eigen initiatief uw afvalwater door een erkend laboratorium laten bemonsteren en analyseren.
De meet- en bemonsteringscampagne dient aan VMM gemeld te worden.
-
Hier vindt u de uiterste meldingsdata voor een bemonsteringscampagne.
-
- Uiterste meldingsdata voor de bemonsteringscampagne 2013 (= heffing 2014):
Uiterste meldingsdatum Campagne in 17 december 2012 januari 2013 19 januari 2013 februari 2013 16 februari 2013 maart 2013 19 maart 2013 april 2013 18 april 2013 mei 2013 18 mei 2013 juni 2013 18 juni 2013 juli 2013 19 juli 2013 augustus 2013 20 augustus 2013 september 2013 18 september 2013 oktober 2013 19 oktober 2013 november 2013 19 november 2013 december 2013 - Uiterste meldingsdata bemonsteringscampagne 2014 (= heffing 2015):
Bij publicatie van het uitvoeringsbesluit moet de melding gebeuren ten laatste op de 15de van de maand voorafgaand aan de maand waarin de monsterneming zal gebeuren!
Heffing op de winning van grondwater
Wat is een grondwaterwinning?
Het gaat om alle putten, opvangplaatsen, draineerinrichtingen, bronbemalingen en alle werken en installaties die tot doel hebben grondwater op te vangen of dat tot gevolg hebben. Ook het opvangen van bronnen op het uitvloeiingspunt en het tijdelijk of bestendig verlagen van de grondwatertafel door grondwerken, zijn grondwaterwinningen.
Waarom een heffing op de winning van grondwater?
De heffing moet grondwaterverbruikers aanzetten tot een spaarzaam gebruik van grondwater. Ook wil ze het gebruik van meer duurzame alternatieven, zoals het gebruik van regenwater, stimuleren.
De ontvangen heffingsbedragen worden integraal doorgestort naar het MINA-fonds.
Wie betaalt de heffing op de winning van grondwater?
Iedereen die op het grondgebied van het Vlaams Gewest:
- een grondwaterwinning heeft van minimum 500 m³;
- of een grondwaterwinning heeft die bestemd is voor de openbare drinkwatervoorziening;
is heffingsplichtig.
Wat is de jaarlijkse index voor de heffing op de winning van grondwater?
De heffing op de winning van grondwater wordt berekend door een vermenigvuldiging met een index die jaarlijks geïndexeerd wordt.
-
Hier vindt u een overzicht van de index voor de heffing op de winning van grondwater van de laatste heffingsjaren.
-
Heffingsjaar Index grondwater 2003 1,0137 2004 1,0313 2005 1,0548 2006 1,0853 2007 1,1030 2008 1,1371 2009 1,1670 2010 1,1701 2011 1,2064 2012 1.2484 2013 1.2762
Wie is vrijgesteld van de heffing op de winning van grondwater?
Vrijgesteld van de heffing op de winning van grondwater zijn:
- grondwaterwinningen waaruit het water uitsluitend met een handpomp wordt opgepompt;
- grondwaterwinningen voor het uitvoeren van proefpompingen die minder dan drie maanden in gebruik zijn;
- bronbemalingen die technisch nodig zijn voor de realisatie van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen;
- draineringen die nodig zijn om het gebruik en/of de exploitatie van bouw- en weiland mogelijk te maken of houden;
- bronbemalingen die nodig zijn voor de exploitatie van tunnels voor openbare wegen en/of openbaar vervoer of voor de waterbeheersing van mijnverzakkingsgebieden;
- bronbemalingen die nodig zijn om het gebruik en/of de exploitatie van gebouwen of bedrijfsterreinen mogelijk te maken of te houden. Die noodzaak moet wel met een hydrologisch attest bewezen worden. Een milieudeskundige die volgens VLAREM II erkend is in de discipline grondwater, moet het attest opstellen. U moet het hydrologisch attest ook vóór 15 maart van elk heffingsjaar bij de algemeen directeur van de VMM of bij de door hem gedelegeerde ambtenaar indienen;
- grondwaterwinningen die gebruikt worden voor koude-warmtepompen. Het grondwater moet na de doorstroming in de koude-warmtepomp wel integraal terug in dezelfde watervoerende laag worden ingebracht;
- grondwaterwinningen bij bodemsaneringswerken. Daarvoor moet een conformiteitsattest worden afgeleverd in overeenstemming met het Decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering (intussen wel vervangen door het Decreet van 20 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming, Belgisch Staatsblad 22 januari 2007).
De drinkwaterfactuur (en de daarin aangerekende bijdragen)
Waar vindt u uw drinkwatermaatschappij?
Een overzicht van de verschillende drinkwatermaatschappijen in Vlaanderen en hun distributiegebied vindt u op de website van Samenwerking Vlaams Water, de koepelorganisatie van de waterbedrijven in Vlaanderen.
Uw drinkwatermaatschappij behandelt al uw vragen over de kosten en bijdragen die ze factureert.
Wat is de gemeentelijke saneringsbijdrage/vergoeding?
Voor de financiering van de gemeentelijke saneringsinfrastructuur kunnen de drinkwatermaatschappijen een gemeentelijke bijdrage/vergoeding aanrekenen. De term 'bijdrage' wordt gebruikt voor water afkomstig van het leidingwaternet. De term 'vergoeding' wordt gebruikt voor water uit een eigen waterwinning.
Bij de tariefbepaling moet de drinkwatermaatschappij minstens rekening houden met:
- de veroorzaakte vervuiling volgens het principe 'de vervuiler betaalt';
- de saneringskost per m³ water;
- het aandeel van niet-inbare bijdragen/vergoedingen;
- het aandeel van de vrijstellingen of sociale correcties die de gemeente oplegt;
- de tussenkomst in de financiering die de gemeente toekent;
- het aandeel van de kosten veroorzaakt door het lozen van water dat niet uit een openbaar waterdistributienetwerk komt.
Een contract tussen de gemeente en de drinkwatermaatschappij bepaalt het tarief van de gemeentelijke bijdrage/vergoeding en de manier waarop die wordt aangerekend. De opbrengsten uit de gemeentelijke bijdrage en/of vergoeding mogen alleen gebruikt worden om:
- rioleringen aan te leggen;
- kleinschalige of individuele afvalwaterzuiveringsinstallaties te bouwen;
- dergelijke infrastructuur te onderhouden en uit te baten.
Enkel en alleen op het water dat u verbruikt via uw eigen waterwinning, betaalt u een gemeentelijke saneringsvergoeding. De gemeentelijke vergoeding wordt analoog aan de gemeentelijke bijdrage berekend. Daarbij wordt het waterverbruik als volgt berekend:
- voor gezinnen die uitsluitend beschikken over een eigen waterwinning wordt 30 m³ per gedomicilieerde persoon, deel uitmakend van eenzelfde gezin of gemeenschap aangerekend;
- voor gezinnen die aangesloten zijn op een openbaar waterdistributienetwerk en die ook beschikken over een eigen waterwinning wordt 10 m³ per gedomicilieerde persoon, deel uitmakend van eenzelfde gezin of gemeenschap, aangerekend;
- voor rechtspersonen wordt 500 m³ aangerekend.
Voor inlichtingen over de gemeentelijke bijdrage/vergoeding kunt u contact opnemen met uw drinkwatermaatschappij. U kunt ook terecht op de VMM-website.
Wat is de bovengemeentelijke saneringsbijdrage?
Voor het gebruik van de bovengemeentelijke zuiveringsinfrastructuur sloten alle drinkwatermaatschappijen een contract af met de NV Aquafin. Die staat in voor de uitbouw en de exploitatie van de bovengemeentelijke waterzuiveringsinfrastructuur.
De NV Aquafin factureert haar kosten aan de drinkwatermaatschappijen. Die rekenen ze op hun beurt door aan hun abonnees als een 'bovengemeentelijke saneringsbijdrage'. De bijdrage moet dus de bovengemeentelijke saneringsverplichting financieren.
Voor grootverbruikers wordt op basis van de laatst vastgestelde heffing een individueel tarief van de bovengemeentelijke bijdrage berekend:
Met:
- B = bovengemeentelijke saneringsbijdrage in euro
-
P(gv) = (VE drinkwater x T) / m³ drinkwater
En:
- P(gv) = het individuele eenheidstarief van de bijdrage
- VE drinkwater = het aantal vervuilingseenheden afkomstig van drinkwater (afgeleid uit de laatst vastgestelde heffing)
- T = eenheidstarief van de heffing voor niet-oppervlaktewaterlozers
- m³ drinkwater = drinkwaterverbruik (afgeleid uit de laatst vastgestelde heffing)
De door de drinkwatermaatschappij aangerekende bovengemeentelijke bijdrage, exclusief BTW, wordt in het volgende jaar afgetrokken van de heffing op waterverontreiniging. Wanneer de heffing hoger is dan de al betaalde bijdrage, moet u aan VMM enkel nog de restheffing betalen. Is de heffing lager dan de al betaalde bijdrage, dan zal uw drinkwatermaatschappij de teveel aangerekende bijdrage verrekenen.
Voor inlichtingen over de aangerekende bovengemeentelijke bijdrage kan u contact opnemen met uw drinkwatermaatschappij. U kunt ook terecht op de VMM-website.
Algemene definities
Wat is de rol van de NV Aquafin in het waterzuiveringsbeleid?
De NV Aquafin verzamelt het afvalwater van de Vlaamse gezinnen in hoofdriolen en voert het naar zuiveringsinstallaties. Daarvoor bouwt Aquafin de noodzakelijke infrastructuur uit: collectoren voor afvalwater, pompstations en rioolwaterzuiveringsinstallaties.
Aquafin is ook verantwoordelijk voor het onderhoud en de exploitatie van het bovengemeentelijk rioleringsstelsel en de waterzuiveringsinstallaties.
Wat is een eigen waterwinning?
Alle vormen van waterverbruik, zoals het gebruik van grondwater, oppervlaktewater, regenwater en ander water, behalve het gebruik van leidingwater.
Wat zijn kleinverbruikers?
Kleinverbruikers zijn vooral gezinnen, kleine bedrijven en diensten, die maar weinig water verbruiken. Ze hebben per jaar:
- een gefactureerd leidingwaterverbruik van minder dan 500 m³; en/of
- een eigen waterwinning met pompcapaciteit van minder dan 5 m³/u.
De heffingsregeling voor kleinverbruikers vindt u onder het tabblad 'gezinnen'.
Wat zijn grootverbruikers?
Dit zijn vooral bedrijven, verenigingen, instellingen en landbouwers. Ze hebben per jaar:
- een gefactureerd leidingwaterverbruik van minstens 500 m³;
- en/of een eigen waterwinning met een totale nominale pompcapaciteit van minstens 5 m³/u.
De heffingsregeling voor grootverbruikers vindt u onder de tabbladen 'ondernemingen, instellingen, verenigingen' en 'landbouwers'.
Wat zijn oppervlaktewaterlozers/rioollozers?
Oppervlaktewaterlozers
Dit zijn heffingsplichtigen die rechtstreeks of onrechtstreeks lozen op oppervlaktewater en daarvoor ook een vergunning hebben. De strikt juridische beschrijving luidt:
- "de heffingsplichtigen, bedoeld in artikel 35quinquies en artikel 35septies (grootverbruikers) van de Wet van 26 maart 1971, die zijn aangesloten op het openbaar hydrografisch net, zoals bedoeld in artikel 1, en bovendien op basis van de bepalingen van het Decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, alle uitvoeringsbepalingen van deze wet, evenals de bepalingen uit de betreffende milieuvergunning verplicht zijn hun afvalwater zelf te zuiveren en in oppervlaktewater te lozen;
- de heffingsplichtigen, bedoeld in artikel 35quinquies en artikel 35septies (grootverbruikers) van de Wet van 26 maart 1971, die beschikken over een vergunning met normen voor lozing in de gewone oppervlaktewateren en lozen in de openbare riolering gelegen in zuiveringszone C, zoals bedoeld in artikel 1.1.2 van het Besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, in een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of in een openbare of privaatrechtelijke effluentleiding die uitmondt in oppervlaktewater;
- de heffingsplichtigen, bedoeld in artikel 35quater (kleinverbruikers) van de Wet van 26 maart 1971, waarvan de inrichting niet gelegen is in de zuiveringszones A of B, zoals bedoeld in artikel 1.1.2 van het Besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, of die na bekendmaking van het definitieve zoneringsplan, als vermeld in artikel 10 van het Besluit van de Vlaamse regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen, gelegen zijn buiten het centrale gebied of buiten het collectief geoptimaliseerde buitengebied”.
Niet-oppervlaktewaterlozers of rioollozers
Dit zijn heffingsplichtigen die geen oppervlaktelozers zijn.