Persoonlijke hulpmiddelen
  •  
U bent hier: Home Gemeenschappelijk landbouw, ondernemingen, instellingen en verenigingen De berekening van de heffing op de winning van grondwater
Document Acties

De berekening van de heffing op de winning van grondwater

De volgende bepalingen zijn gelijk voor landbouwers, ondernemingen, instellingen en verenigingen.

De opgepompte hoeveelheid grondwater (heffingsgrondslag) bepalen

Elke grondwaterwinning waarvan de exploitatie aan de heffing is onderworpen en elke vergunningsplichtige of meldingsplichtige grondwaterwinning moet uitgerust zijn met een debietmeting en registratie van de opgepompte hoeveelheid grondwater.

 

Hoe?

U beschikt over een debietsregistratiesysteem

De hoeveelheid grondwater die u in het voorbije jaar oppompte, wordt met het debietsregistratiesysteem vastgesteld. De tellerstanden op 1 januari en op 31 december van het werkingsjaar dienen bijgehouden te worden.

U hebt geen debietsregistratiesysteem, maar de grondwaterwinning is wel vergund

De hoeveelheid grondwater die u in het voorbije jaar oppompte, wordt gelijkgesteld aan de vergunde hoeveelheid grondwater (uitgedrukt in m/jaar). Vermeldt uw vergunning enkel dagdebieten, dan wordt het vergund dagdebiet (m/dag) vermenigvuldigd:

  • met 220 (bij continue activiteiten);
  • met het rele aantal dagen dat de grondwaterwinning in gebruik is geweest (bij seizoensgebonden activiteiten of activiteiten van beperkte duur).

Uw grondwaterwinning heeft geen debietsregistratiesysteem, is niet vergund of uw vergunning vermeldt het vergunde debiet niet

Het grondwaterverbruik wordt per pomp gelijkgesteld aan het product van het nominaal pompvermogen (uitgedrukt in m/uur) en de factor T. Factor T is gelijk aan:

  • 200 voor seizoensgebonden irrigatie in open lucht voor land- en tuinbouw in hoofdactiviteit;
  • 10 x het rele aantal dagen dat de grondwaterwinning in gebruik geweest is voor andere seizoensgebonden activiteiten of activiteiten van beperkte duur;
  • 2.000 in de overige gevallen.

De heffing berekenen

Voor de berekening van de heffing wordt rekening gehouden met specifieke laag- en gebiedsfactoren. Dat gebeurt om overbemaalde grondwaterlagen extra te beschermen. Onderaan vindt u het overzicht van de laag- en gebiedsfactoren.

Het bedrag van de heffing wordt altijd afgerond op de hogere eurocent. De jaarlijkse index per heffingsjaar vindt u hier.

Hoe?

Grondwaterverbruiken tot en met 499 m zijn vrijgesteld van de heffing op de winning van grondwater.

 

Grondwaterverbruiken vanaf 500 m tot en met 30.000 m die integraal werden opgepompt  uit een freatisch watervoerende laag, worden voor het totale verbruik als volgt belast:

H = Z x Q

Met:

  • H = heffingsbedrag in euro
  • Z = 6 eurocent per m * index
  • Q = Σ (Qgwp - 0,5 * Qb)
         grondwaterputten

Waarbij:

  • Qgwp = gemeten gewonnen volume grondwater per grondwaterput (in m);
  • Qb = gemeten gewonnen volume grondwater per grondwaterput (in m) bestemd voor seizoensgebonden irrigatie in open lucht voor land- en tuinbouw in hoofdactiviteit, waarbij Qb niet groter kan zijn dan Qgwp.

Indien Qgwp of Qb niet gemeten is, wordt Qb gelijkgesteld aan nul. Dit geldt ook indien er vaststellingen werden gedaan met betrekking tot niet correct meten of registreren van Qgwp of Qb.
 

Grondwaterverbruiken vanaf 500 m deels/integraal opgepompt uit een afgesloten watervoerende laag of grondwaterverbruik vanaf 30.001 m worden voor het totale verbruik als volgt belast:

H = Z x Q

Met:

  • H = heffingsbedrag in euro
  • Z = (6,2 + 0,75 * Σ (Qgwp - 0,5 * Qb)/100.000) * index
                             grondwaterputten
    Waarbij:
    • Qgwp = gemeten gewonnen volume grondwater per grondwaterput (in m)
    • Qb = gemeten gewonnen volume grondwater per grondwaterput (in m) onttrokken uit een freatische watervoerende laag bestemd voor seizoensgebonden irrigatie in open lucht voor land- en tuinbouw in hoofdactiviteit, waarbij Qb niet groter kan zijn dan Qgwp;
    Indien Qgwp of Qb niet gemeten is, wordt Qb gelijkgesteld aan nul. Dit geldt ook indien er vaststellingen werden gedaan met betrekking tot niet correct meten of registreren van Qgwp of Qb;
  • Q = Σ (λ * Qgwp - λ * 0,5 * Qb)
              grondwaterputten
    Waarbij:
    • λ = een grondwaterputspecifieke multiplicator zijnde het product van twee termen: laagfactor en gebiedsfactor. Daarbij nemen de laagfactor en gebiedsfactor de waarde aan die is aangegeven in de bijlage gevoegd bij het decreet;
    • Qgwp = gemeten gewonnen volume grondwater per grondwaterput (in m);
    • Qb = gemeten gewonnen volume grondwater per grondwaterput (in m) onttrokken uit een freatische watervoerende laag bestemd voor seizoensgebonden irrigatie in open lucht voor land- en tuinbouw in hoofdactiviteit, waarbij Qb niet groter kan zijn dan Qgwp;
    Indien Qgwp of Qb niet gemeten is, wordt Qb gelijkgesteld aan nul. Dit geldt ook indien er vaststellingen werden gedaan met betrekking tot niet correct meten of registreren van Qgwp of Qb.

 

Grondwaterwinningen bestemd voor de openbare drinkwatervoorziening worden als volgt belast:

H = (GW * 7,5 eurocent) * index

Met:

  • H = heffingsbedrag in euro
  • GW = grondwaterverbruik in m
  • index = jaarlijkse indexering

Logo Groene webhosting Logo Vlaamse Overheid